Vrijwilligerswerk is onbetaald. Je krijgt er geen loon voor.
Je kunt soms wel een onkostenvergoeding krijgen. Lang niet alle organisaties hebben hier het geld voor, maar soms lukt dat wel. Er zijn dan twee mogelijkheden.
- Je maakt aantoonbaar kosten voor je vrijwilligerswerk. Bijvoorbeeld reiskosten, gereedschappen of materialen. Je spreekt met de organisatie af dat je die kosten bij hen kunt declareren. Je krijgt dan precies het bedrag terug dat je zelf hebt uitgegeven. Blijven er spullen over, dan zijn die van de organisatie, niet van jou. Voor de reiskostenvergoeding geldt een volledige vergoeding van kosten voor het openbaar vervoer. Reis je per auto, dan geldt een maximum bedrag van € 0,23 per kilometer.
- Je krijgt een vaste vrijwilligersvergoeding. Je hoeft dan geen bonnetjes in te leveren bij de organisatie. Zo’n vaste vrijwilligersvergoeding mag niet meer bedragen dan € 5,60 per uur, tot een maximum van € 210 per maand en € 2.100 per jaar. Dit zijn de bedragen als je 21 jaar of ouder bent, voor 2025 en 2026. Voor jongeren gelden lagere bedragen. Je hoeft over deze vrijwilligersvergoeding geen belasting te betalen. Deze vergoeding geldt niet als inkomen en wordt daardoor niet gekort op je uitkering.
Krijg je meer dan de hierboven genoemde bedragen, dan geldt dat als inkomen. Je moet er dan belasting over betalen. Bovendien loop je dan het risico dat de vergoeding wordt gekort op je uitkering.
- Kijk voor meer informatie over belastingvrije vrijwilligersvergoedingen op de website van de Belastingdienst.
- Lees meer meer over vrijwilligerswerk naast een uitkering op de website van de Rijksoverheid.
- Lees meer over vrijwilligerswerk naast een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, op de website van UWV.